Onderwijs 

Behalve het garanderen van voldoende aanbod wil FCP dat het onderwijs zo goed mogelijk aansluit bij de wensen van het bedrijfsleven. Dat is zowel in het belang van ondernemingen, als van de studenten.

 

 

Nederland moet zich ontwikkelen tot een kenniseconomie, zo ook de voedingsmiddelensector. Bedrijven worden in toenemende mate geconfronteerd met (strengere) wetgeving en opkomende, buitenlandse concurrenten. Ook moeten ze sneller inspelen op consumententrends met nieuwe, innovatieve productconcepten.

Om zich in deze markt te handhaven, hebben bedrijven goed opgeleide medewerkers nodig. Het is van belang dat de onderwijsprogramma’s van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs zo goed mogelijk aansluiten op de wensen van het foodbedrijfsleven. 
 

Doorlopende leerlijn Food

 

Dit houdt in dat onderwijsprogramma’s, behalve een theoretische basis, ook een sterke praktijkcomponent moeten krijgen. Het FCP heeft zich, als intermediair tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen, sterk gemaakt voor een doorlopende leerlijn Food.

 

 In dit traject wordt op vijf niveaus een doorgaande leerlijn - van VMBO tot en met HBO- aangeboden. Hierdoor worden studenten onder meer gestimuleerd om zichzelf verder te ontwikkelen.

Centraal in de leerlijn staat de driepoot; theorie, semi-praktijk en praktijk (stages). In het zogenaamde semipraktijkonderwijs, dat wordt gegeven in het  Food & Fresh Lab, leren studenten nieuwe producten te ontwikkelen van het begin (het bedenken van een product) tot einde (verpakken en verkopen van het product). De drempel van het onderwijs naar de arbeidsmarkt wordt hiermee aanzienlijk verlaagd.